Europa wordt op dit ogenblik geconfronteerd met een nooit eerder geziene samenloop van uitdagingen: de energieprijsstijging met de daaruit voortvloeiende transfer van welvaart van het Westen naar de olieproducerende landen, de terugkeer van de inflatie, de klimaatverandering, de kredietcrisis, de vergrijzing en de verschuiving van het economisch zwaartepunt van de wereld naar het Oosten. Wij staan tevens voor een abrupte omslag van de conjunctuur waarvan de omvang in de komende maanden zal blijken. Op een dergelijk cruciaal moment lijken wij er maar niet in te slagen om de politieke impasse in ons land te doorbreken.

België en zijn regio’s kunnen zich deze zomer nochtans geen nieuwe regeringscrisis veroorloven. Het internationale aanzien van ons land en zijn regio’s werd in de laatste twaalf maanden al genoeg geschonden. In het najaar hebben we absoluut een functionerende federale regering nodig, evenals een politieke wereld op federaal en gewestelijk niveau die in staat is om zich te concentreren op de ernstige sociaaleconomische en budgettaire problemen die zich aandienen. Het is dus essentieel dat er nu snel een vergelijk uit de bus komt, zowel voor de symbooldossiers als voor de dossiers ten gronde.
Diegenen in Vlaanderen, Wallonië en Brussel – zowel in de politiek, in de media als in de belangenorganisaties – die elk compromis onmogelijk maken door de lat voor de anderen telkens net te hoog te leggen of door onoverkomelijke blokkades op te werpen, dragen een zware verantwoordelijkheid. Expliciet of impliciet, bewust of onbewust, dragen zij allen bij tot een verrottingsstrategie. Voor velen is het risico op een algehele blokkering van het federale beleid de prijs die men maar moet betalen om een doorbraak te forceren. Voor anderen is een dergelijke blokkering zelfs een gewenste en nodige tussenstap, het laatste bewijs dat nog ontbreekt om de Belgische staat te doen uiteenvallen. Maar niemand is in staat om uit te tekenen wat daarna moet komen – in het geval dat de tegenpartij niet door de knieën zou gaan. Eén ding is zeker: een fluwelen scheiding zou het niet worden.
Er is geen enkel geloofwaardig en realistisch Plan B. Een niet-consensueel uiteenvallen van België als gevolg van een blokkering met een daarop volgende polariserende en radicaliserende verkiezing zou een uiterst langdurig, duur en confronterend proces zijn. In de overgangsperiode, die bovendien wellicht in een grondwettelijk vacuüm zou moeten gebeuren, zullen de burgers en de bedrijven in alle landsdelen een zeer zware tol moeten betalen. Gezien de economische verwevenheid van Brussel met de andere regio’s zal het definitieve aantasten van het onderlinge vertrouwen tussen de gewesten verstrekkende gevolgen hebben voor ons economische weefsel. Blufpoker spelen in deze onderhandelingsronde is dus verre van vrijblijvend.
Een blokkering, deze kroniek van een aangekondigde dood, is nog afwendbaar. Maar als we uit de aanslepende impasse willen geraken, zullen de verantwoordelijken in alle partijen nu snel moed en staatsmanschap aan de dag moeten leggen. Iedereen zal bereid moeten zijn het grote gelijk van de eigen gemeenschap en de electorale belangen van de eigen partij en de eigen persoon even te relativeren.
Tot de oplossing van het probleem BHV kan ik als ondernemer weinig zinnigs bijdragen. Het is ook niet meer mogelijk om in dit dossier een win-winaanpak te hanteren. Het zal er veeleer op aankomen het gezichtsverlies aan alle kanten evenwichtig te verdelen.
Kan er voor de sociaaleconomisch dossiers een win-winoplossing gevonden worden in de communautaire dialoog? Ongetwijfeld. Voor de echte problemen die op tafel liggen zijn er de laatste maanden, onder meer door de sociale partners, een paar denksporen ontwikkeld die kunnen bijdragen tot een bevredigend antwoord. Zo is er een consensus gegroeid dat we best het arbeidsrecht uniform houden voor al onze werknemers, om zo extra administratieve rompslomp voor de bedrijven te vermijden en dat we de interpersoonlijke solidariteit via de sociale zekerheid niet verbreken. Dat is een vertrouwenswekkend signaal. Deze beginselen staan een debat over de regionalisering van bepaalde aspecten van de arbeidsmarkt niet in de weg. Wel lijnen ze in belangrijke mate de denksporen af die we daarbij kunnen volgen.
Ook zijn de werkgevers zowel in Wallonië, Brussel als in Vlaanderen gewonnen voor een zinvolle stap in de financiële responsabilisering van de regio’s. Hier zal men moeten naar buiten komen met een echte remedie, wat impliceert dat zowel de aanhangers van homeopathie als diegenen die roepen om elektroshocks op hun honger zullen blijven. Wederzijdse oekazes zijn hier uit den boze.
De partijen moeten niet alleen opletten hoe ze hun wensen en voorstellen doen, ze moeten ook openstaan voor de zinvolle alternatieve oplossingen die voor een vraagstuk worden aangereikt. Geef bijvoorbeeld de mogelijkheid aan de gewesten om in hun economisch ondersteuningsbeleid ten voordele van bedrijven voortaan ook een beroep te doen op de techniek van de belastingskredieten naast deze van subsidies. Als iedereen vasthoudt aan zijn grote gelijk en selectief doof blijft, kan deze dolle rit alleen maar eindigen in een totaalverlies.
Het zal niet mogelijk zijn om in de komende dagen alles te regelen tot in de details. De grote lijnen van een akkoord moeten echter duidelijk zijn, zodat ze in september verder uitgewerkt kunnen worden. Dat zal het mogelijk maken om vanaf dan ook eindelijk te beginnen een antwoord te formuleren op de grote sociaaleconomische en ecologische uitdagingen die ons te wachten staan.
Mijn laatste oproep gaat naar de media. Als de politiek er in de volgende dagen alsnog in zou slagen de visie op te brengen om een breed communautair vergelijk te verwezenlijken, zullen de pers en de audiovisuele media in de daaropvolgende uren en dagen een cruciale rol spelen. Kritische en onafhankelijke berichtgeving is essentieel in elke democratische samenleving. Het wordt echter gevaarlijk wanneer scherpe pennen en radde tongen op een scharniermoment overslaan in goedkoop cynisme of kleingeestig leedvermaak. Hopelijk zal de vierde macht, aan weerskanten van de taalgrens, kunnen weerstaan aan de drang om al diegenen die de moed zouden tonen met een oplossing voor de dag te komen, te bestempelen als volksverraders of als losers. Dan zou de pers immers de uiteindelijke verantwoordelijkheid nemen voor een welhaast uitzichtloze situatie, en zouden wij allen de echte verliezers worden.

Thomas Leysen is voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO)

De Standaard 12-07-2008

Advertenties

One Response to “Worden wij allen de verliezers?”


  1. […] July 14, 2008 Thomas Leysen doet vandaag in zijn krant De Standaard een oproep tot verantwoordelijkheidszin, getiteld “Worden wij allen de verliezers”. […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: