door BART MADDENS (De Standaard 14-07-08)

De klok tikt ongenadig door voor Yves Leterme, en sinds de verkiezingen is het nooit anders geweest. Eerst was het de teller van het aantal dagen zonder regering, eind december begon het aftellen naar 20 maart, en meteen daarna naar 15 juli. Tussendoor waren er ook nog een paar BHV-tijdbommen in de Kamer, en morgen wordt er allicht weer een nieuwe klok in gang gezet. Als in een nachtmerrie lijkt al dat getik ons enkel maar verder van het doel te verwijderen.
Sinds 10 juni vorig jaar hebben de Vlaamse onderhandelaars zich steeds verder in het defensief laten dringen, waarbij de ene strategische positie na de andere werd opgeheven. Het begon eigenlijk al vóór de verkiezingen. Om de toekomstige rol van Leterme als federaal premier niet te hypothekeren werden de Vlaamse eisen beetje bij beetje afgezwakt. De ‘grote’ staatshervorming werd in het pre-electorale discours geleidelijk aan vervangen door de ‘moderne’ staatshervorming. Wat men zich daarbij dan concreet moest voorstellen bleef gehuld in een flou artistique van ‘goed bestuur’

Na de verkiezingen luidde het aanvankelijk dat CD&V/N-VA nooit zou toetreden tot een regering zonder een staatshervorming. Maar door ontslag te nemen als minister-president verbrandde Leterme zijn schepen en miste hij een kans om vanuit een sterke Vlaamse positie te onderhandelen. In augustus bleek dat de eisen die de Vlamingen op de onderhandelingstafel legden maar een sterk verwaterde versie waren van de vijf resoluties van het Vlaams Parlement. Het Vlaamse regeerakkoord werd met andere woorden zonder veel omhaal naar de prullenmand verwezen. Toen de crisis in het najaar verder escaleerde bleek ook de terugvalpositie van de ‘garanties op een staatshervorming’ moeilijk houdbaar. Het Belgische establishment maakte handig gebruik van de economische problemen en de dalende koopkracht om een ‘speeltijd is voorbij’-sfeertje te creëren. Hiervan kon Guy Verhofstadt profiteren om als deus ex machina toch een regering op de been te brengen, mét CD&V/N-VA, maar zonder enige garantie op zelfs maar een minimale staatshervorming.

In maart moesten een lilliputstaatshervorming én de magische datum van 15 juli ervoor zorgen dat Leterme zonder al te groot gezichtsverlies premier kon worden. Want zie : de Franstaligen die zich zo lang in hun ‘non’ hadden vastgebeten bleken nu toch bereid om een aantal bevoegdheden over te hevelen. Maar na het (door de Franstaligen uitgelokte) BHV-incident in de Kamer werd Leterme zelfs dit flinterdunne schaamlapje niet meer gegund. De eerste fase van de staatshervorming werd aan de tweede gekoppeld, en op 15 juli zou er enkel nog maar een ‘verklaring’ worden afgelegd.

Wie de jongste weken goed geluisterd heeft naar de uitlatingen van de premier kon moeilijk anders dan nattigheid voelen. In deze moeilijke economische tijden moet het land bestuurd worden, en het land mag niet in een bestuurlijke chaos worden gestort wegens communautair gehakketak. Waar de staatshervorming vroeger een voorwaarde was om tot goed bestuur te komen blijkt die nu een hinderpaal voor datzelfde goed bestuur. Het kan verkeren. Vorige week verklaarde Leterme met veel aplomb in de Kamer: ‘We hebben toegezegd dat we half juli een begrotingscontrole zouden presenteren die garandeerde dat de openbare financiën gezond zouden blijven. We zullen woord houden.’ Inzake de staatshervorming daarentegen zouden we ons aan niet veel meer dan een ‘stand van zaken’ moeten verwachten. Het is duidelijk waar voor de premier de prioriteit ligt.

De verklaring van morgen in de Kamer (als die er nog komt) zou dan ook wel eens als volgt kunnen klinken: ‘De regering legt er de nadruk op dat in de huidige omstandigheden een politieke crisis inopportuun zou zijn en ernstige schade zou toebrengen aan het economisch en sociaal welzijn van de burgers.’ Het is een citaat uit de mededeling die het Paleis op 11 mei 2005 verspreidde nadat de koning premier Verhofstadt in audiëntie had ontvangen. De dag voordien was gebleken dat Vlamingen en Franstaligen geen akkoord konden bereiken over BHV. Maar tegelijkertijd wou niemand hierover een politieke crisis uitlokken. In het holst van de nacht werd beslist om te doen alsof er niets was gebeurd, en om doodleuk over te gaan tot de economische orde van de dag. Een spelletje dat Albert uiteraard maar al te graag meespeelde.
Vandaag staan we dus waar we drie jaar geleden stonden. BHV is niet gesplitst, de staatshervorming wordt allicht op de lange baan geschoven en de regering gaat zich kennelijk opnieuw met de ‘echte’ problemen van de mensen bezighouden. Alleen is de situatie nu toch wel enigszins anders. Vandaag is het, zonder wijziging van de kieswetgeving, niet meer mogelijk om op een grondwettelijke wijze federale verkiezingen te organiseren. Wie dit toch doet, begeeft zich onvermijdelijk in de illegaliteit, met alle juridische en politieke gevolgen van dien.

In 2005 kon men nog hopen dat de paarse hemel zou opklaren na de volgende verkiezingen, en dat een sterk Vlaams kartel een min of meer verregaande staatshervorming zou kunnen afdwingen. Volstond het immers niet om te weigeren een Belgische regering te vormen zonder akkoord over een staatshervorming? Vandaag weten we dat het allemaal niet zo simpel is. De Franstaligen kunnen rustig voet bij stuk houden omdat ze weten dat de Vlaamse politici, als het echt spannend begint te worden, uiteindelijk toch de Belgische staatsraison laten doorwegen. In Bye-bye Belgium zette het Vlaams Parlement een punt achter België door de onafhankelijkheid uit te roepen. In het leven zoals het is speelt het Vlaams Parlement amper een figurantenrol. En zelfs dat moet nu eventjes wachten, want de Vlaamse Parlementsleden zijn al met vakantie vertrokken.

De Vlamingen sidderen en beven wanneer iemand de woorden ‘plan B’ nog maar durft uit te spreken. De Franstaligen daarentegen zijn al geruime tijd, zonder enige gêne en volkomen eensgezind, hun eigen plan B aan het uitwerken : een post-Belgische federatie van Wallonië en Groot-Brussel, met (zoals het in de fameuze pedagogische nota van de PS is verwoord) een Vlaamse en een Duitstalige minderheid. Dit alles doet sterk denken aan het einde van de unitaire partijen veertig jaar geleden. Ook toen begon het de Franstaligen op de zenuwen te werken dat de Vlamingen steeds meer autonomie vroegen binnen de unitaire partijstructuren. En ook toen waren het de Franstaligen die uiteindelijk deden wat de brave Vlamingen niet durfden: de stekker uittrekken en de boel ineens helemaal splitsen. Wie weet zullen we de Franstaligen ooit nog dankbaar zijn dat zij zo moeilijk hebben gedaan over deze staatshervorming en ons op die manier van dit België hebben verlost.

Bart Maddens is politicoloog aan de KU Leuven

Advertenties

One Response to “Terug naar af ?”


  1. […] die door de KU Leuven worden betaald en die ze op de opiniepagina’s van hun krant voor de kritische/zure noot doen zorgen die ze zelf niet meer mogen […]


Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: