On n’est demandeur de rien

3 maart, 2009

De grote staatshervorming is verder weg dan ooit, stelt BART MADDENS vast. Jammer? Misschien, maar het is ook een strategisch voordeel voor Vlaanderen, dat nu kan wachten tot de andere gewesten nog eens iets komen vragen.

Na de zielige afgang van de zogenaamde gemeenschapsdialoog kan men zich moeilijk voorstellen dat de Vlaamse politici op 8 juni zonder meer de draad van de onderhandelingen zullen oppikken. Dat zou in elk geval heel dom zijn. Er is geen enkele reden waarom de Franstaligen dan opeens zouden meewerken aan een grote staatshervorming, nadat ze de gesprekken daarover twee jaar lang hebben gesaboteerd. De Vlaamse politici zouden het veel beter over een andere boeg gooien en de Franstaligen een koekje geven van eigen deeg. Vanaf nu moet het Vlaamse devies luiden : ‘On n’est demandeur de rien’.

Als het communautaire debacle van de voorbije jaren één zaak duidelijk gemaakt, dan is het wel dat de Vlamingen in een uiterst zwakke onderhandelingspositie zitten als de Franstaligen geen vragende partij zijn voor een staatshervorming. Dat is vooral de schuld van de Vlamingen zelf, die niet het lef hebben om het separatisme te gebruiken als stok achter de deur. In die omstandigheden zouden de Franstaligen wel goed gek moeten zijn om toegevingen te doen. Achteraf beschouwd is het misschien wel een geluk dat het niet tot een ‘grote’ staatshervorming gekomen is. Want de prijs daarvoor dreigde zo onredelijk hoog uit te vallen dat het status quo te verkiezen is. Als je de ‘splitsing’ van BHV moet betalen met het invoeren van een nationale kieskring (en dus de uitbreiding van BHV tot heel Vlaanderen), dan is de keuze natuurlijk snel gemaakt. De ‘grote’ staatshervorming zou waarschijnlijk uitgedraaid zijn op een vestzak-broekzakoperatie, waarbij Vlaanderen wat nieuwe bevoegdheden kreeg in ruil voor het herfederaliseren van andere bevoegdheden. En een beperkte uitbreiding van de fiscale autonomie zouden we cash hebben moeten betalen met een verhoging en betonnering van de transfers.

Geef mij dan maar het status quo. Maar dan wel een écht status quo. Als Brussel extra federale middelen vraagt, dan is het voortaan ‘non’. Als de federale overheid van de deelstaten bijkomende inspanningen vraagt om de begroting in evenwicht te houden, dan is het opnieuw ‘non’. Als de federale overheid een beslissing neemt die de Vlaamse belangen schaadt, dan maakt Vlaanderen gebruik van de bestaande institutionele blokkeringmechanismes om ‘non’ te zeggen. Met dank overigens aan Frank Vandenbroucke die hier de juiste weg heeft gewezen door de federale afschaffing van de lastenverlaging voor 50-plussers te kelderen. En voor de rest kan Vlaanderen best de huidige bevoegdheden maximaal benutten (zoals met de jobkorting) en creatief de grenzen verkennen van wat nog mogelijk is zonder staatshervorming (zoals een aanvullende Vlaamse kinderbijslag).

De kansen kunnen trouwens snel keren. De Franstalige onderwijsminister Christian Dupont is van plan om 40 miljoen euro extra te investeren in sociaal kwetsbare scholen. De onderwijswereld heeft de grootste twijfels over de effectiviteit van dit plan, maar het resultaat is wel dat de bijkomende Lambertmont-onderwijsmiddelen daarmee grotendeels zullen zijn opgesoupeerd. Over een paar jaar komen de Franstaligen dus opnieuw bij de Vlamingen aankloppen voor nog maar eens een herfinanciering van hun onderwijs. Dan zullen de Vlaamse politici breed glimlachend kunnen antwoorden: ‘Mais chers amis, on n’est demandeur de rien.’

Ook BHV kan men nu best op zijn beloop laten. Eind 2006 wees Johan Vande Lanotte er al op dat de uitvoering van het BHV-arrest niet het probleem van Vlaanderen is: ‘Als er geen regeling gevonden wordt en er in 2011 geen federale verkiezingen kunnen worden gehouden, is dat het probleem van de Franstaligen. De Vlaamse staat is dan vanzelf geboren.’ Nadien heeft hij dat weer gerelativeerd, net als sommige andere juristen. Maar laat ons gewoon eens de proef op de som nemen en zien wat er gebeurt als België illegale verkiezingen organiseert. Dat wordt een boeiend juridisch experiment. Vlaanderen heeft er in elk geval niets bij te verliezen. Want in de huidige omstandigheden zou een ‘onderhandelde oplossing’ er toch op neer komen dat het effect van een splitsing grotendeels teniet wordt gedaan door Vlaamse toegevingen. Of de Vlamingen de splitsing eenzijdig doorduwen in het Parlement maakt daarbij al eens niet zoveel uit. De Franstaligen zullen die beslissing daarna toch tegenhouden in de regering, ook al is dit in strijd met de basisbeginselen van een parlementaire democratie.

Met de dag wordt duidelijker dat België niet meer over de politieke en financiële instrumenten beschikt om een daadkrachtig relancebeleid te kunnen voeren. Een zeer grondige staatshervorming dringt zich dus wel degelijk op. Maar de Franstaligen hebben gekozen voor een verrottingsstrategie, and so be it. Laten we nu maar best stoppen met vragende partij te zijn. Laten we rustig toekijken hoe deze federale regering zonder Vlaamse meerderheid verder aanmoddert. Ofwel zullen de Franstaligen over een paar jaar zelf smeken om een nieuwe staatshervorming, ofwel implodeert het Belgische systeem. In beide gevallen winnen de Vlamingen.

Bart Maddens is Politicoloog aan de KU Leuven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: