Land van de institutionele bricolage

4 december, 2008

BELGIUM-POLITICS-GOVERNMENT

Van een institutionele spreidstand meer of minder kijkt niemand nog op, maar wat we midden juli hebben meegemaakt mocht toch weer tellen. In een normaal land is het of het één of het ander: ofwel neemt de regering ontslag en neemt het staatshoofd een initiatief om het schip weer vlot te trekken, ofwel is er een regering met volheid van bevoegdheden en kijkt het staatshoofd gewoon toe.

In juli konden we het echter meemaken dat de regering voortdeed alsof er niets was gebeurd, terwijl de koning toch deed alsof er geen regering meer was en drie bemiddelaars aanstelde. Op de manier ontstond er binnen de uitvoerende macht een soort van parallel circuit: er was de echte regering en er was het door de koning aangestelde trio bevoegd voor communautaire aangelegenheden. Maar in tegenstelling tot de echte regering hoeft dat trio geen verantwoording af te leggen aan het Parlement, maar enkel aan een niet verkozen staatshoofd.

Overigens is het nog maar de vraag wat nu precies het statuut was (en is) van deze regering : was het er een van “voorzichtige” zaken, “waakzame” zaken of toch van “normale” zaken ? En hoe normaal is het dan dat de regering het niet aandurfde om na het geweigerde ontslag het vertrouwen te vragen in de Kamer?

Brussel

Slechts weinig politici liggen van dit soort vragen wakker. Er werd al zoveel gebricoleerd met de instellingen, dat een bedenkelijk manoeuvre meer of minder er nauwelijks nog toe doet. Wie maalt er bijvoorbeeld nog om dat de Senaat momenteel niet grondwettig is samengesteld? Volgens de Grondwet moet ten minste één van de Nederlandstalige senatoren een inwoner zijn van Brussel. Dit is echter niet het geval, net zo min als in de legislatuur 1999-2003. Maar er is geen haan die ernaar kraait. Aangezien de Grondwet toch niet voorziet in een sanctioneringmechanisme mogen we die bepaling vrolijk in de wind slaan, zo vinden de politici.

Cocof

Dezelfde redenering werd een paar maand geleden ook gemaakt op de studienamiddag van de Afdeling Publiekrecht aan de K.U.Leuven (op 22 mei), waar het kruim van de Belgische grondwetspecialisten verzamelen had geblazen. De stelling dat de Cocof eigenlijk niet bevoegd was om een belangenconflict in te roepen tegen de BHV-wet werd door niemand tegengesproken. Alleen was er een Franstalige constitutionalist die daarbij laconiek opmerkte dat dit toch maar theorie is, want de bevoegdheidsoverschrijding van de Cocof kan toch door geen enkele hogere instantie worden gesanctioneerd…

Senaat

De opeenvolgende staatshervormingen hebben de instellingen zo ongelofelijk complex gemaakt dat slechts een handvol grondwetspecialisten nog weet hoe de machinerie in elkaar steekt (en dat handvol is het op de koop toe over veel essentiële zaken oneens). Met elk communautair compromis worden steeds weer nieuwe blokkeringmechanismen, bijzondere clausules en voorlopige bepalingen aan de regelgeving toegevoegd. Die geraken geleidelijk aan in de vergetelheid, maar kunnen op elk moment opgerakeld worden als het in iemands kraam past. Wie herinnert zich bijvoorbeeld nog dat het Sint-Michielsakkoord voorzag in de mogelijkheid om de rechtstreeks verkozen leden van de Senaat te betrekken bij de werking van de deelparlementen? Dat was toen de “lepel suiker” die nodig was om de Franstaligen de verkiezing van de deelparlementen op territoriale basis te doen slikken. Geen kat die weet wat men zich bij die bepaling precies moet voorstellen, maar eerst of laatst zal die nog wel eens worden geactiveerd als dat de politici goed uitkomt.

Abortus en BHV

Nog problematischer is dat er zelfs over de basisregels geen consensus meer bestaat. Tot voor kort ging iedereen ervan uit dat we in een parlementaire democratie leven, waarbij de regering uitvoert wat het democratisch verkozen Parlement beslist.

Als er in het Parlement een wisselmeerderheid ontstaat om abortus goed te keuren, dan kan de regering niet anders dan die te bekrachtigen. Het tegendeel zou betekenen dat we in een soort presidentieel systeem zijn terechtgekomen, waarbij de uitvoerende macht een veto kan stellen tegen het Parlement.

Maar als het over communautair gevoelige zaken zoals BHV gaat, dan blijkt die basisregel opeens niet meer van tel. Dan verschijnt er plotsklaps een legertje establishment-vriendelijke constitutionalisten die vinden dat de regering rustig een door het Parlement goedgekeurde wet naast zich neer kan leggen. Het zijn dezelfden die de schouders ophalen over het organiseren van illegale federale verkiezingen. Want als de parlementsleden straks hun eigen illegale verkiezing goedkeuren, dan is er toch geen hogere instantie (daar zijn we weer) die hen kan sanctioneren.

Deze verregaande normvervaging is symptomatisch voor het fin de régime dat we momenteel beleven. Alle middelen zijn goed om de gammele Belgische boot drijvende te houden. In werkelijkheid zinkt die steeds verder weg in een moeras van institutionele klungelarij en bricolage. Voor mij niet gelaten.

Bart Maddens is docent aan de KUL (via www.doorbraak.org)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: