SV Oranje verplettert FC Belgica

28 november, 2008

WELVAARTSSTAAT Nederlands sociaaleconomisch model presteert bijna over hele lijn beter dan Belgisch

(tijd) 7-1. Dat zou de uitslag zijn als de Nederlandse en de Belgische welvaartsstaten het als voetbalploegen tegen elkaar zouden opnemen. Het Nederlandse poldermodel presteert op bijna alle terreinen, van welvaarts- en jobcreatie tot armoedebestrijding, beter dan het Belgische systeem. Dat besluit het door professor Bea Cantillon geleide Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) na een grondige vergelijking. Bijkomend probleem is wel dat er aan Belgische kant soms drie ploegen op het veld staan.

Het CSB is met deze analyse niet aan zijn proefstuk. In 2000 werd de oefening al eens gemaakt. Toen kwam er een gelijk spel uit de bus. Nederland deed het beter qua arbeidsprestaties. Maar qua welvaart en armoedebestrijding deed België het minstens even goed. Net zoals in het echte voetbal is de FC Belgica sindsdien veel van haar pluimen verloren. Een overzicht.

— Bbp per inwoner. In het midden van de jaren 90 lag het bbp per hoofd bij ons nog een stuk hoger dan bij de noorderburen. Nu is Nederland het derde rijkste land van de EU. Wij staan op de zevende plaats.

— Inkomen per inwoner. Volgens dit criterium zijn we nog steeds iets rijker. Maar de Nederlanders zijn aan een snelle inhaaloperatie bezig.

— Werkloosheid. De Nederlandse werkloosheidsgraad halveerde tussen 1996 en 2007 van 6,5 naar 3,2 procent. België ziet, met een daling van 9,5 naar 7,5 procent, de kloof verder toenemen. Vlaanderen zit, met een daling van 6,1 naar 4,4 procent, in de buurt van de Nederlanders. Ook de jeugd- en de langdurige werkloosheid zijn hier een pak groter, zij het opnieuw met grote regionale verschillen.

— Tewerkstellingsgraad. In 1996 was 65,4 procent van de Nederlanders op actieve leeftijd ook effectief aan de slag. In 2007 was dat al 76 procent. België huppelt ver achterop, met een toename van 56,3 naar 62,0 procent. Met 66,1 procent in 2007 blijft ook Vlaanderen ver achter op de Nederlandse score. Vaak wordt gezegd dat de Nederlandse cijfers scheefgetrokken worden door het hoge percentage deeltijds werkenden. Een omzetting naar voltijds equivalenten reduceert de kloof inderdaad fors. Maar met 57,3 procent blijft de Nederlandse arbeidsparticipatie hoger dan de Belgische (55,8 procent). Een verdere analyse leert dat Nederland er vooral in slaagt zijn jongeren, ouderen en laaggeschoolden te activeren.

— Huishoudens zonder job. Een gezin zonder arbeidsinkomen heeft een veel hoger armoederisico. In Nederland werd het percentage volwassenen in zo’n gezin in tien jaar bijna gehalveerd, van 11 naar 6,5 procent. België bleef, met een daling van 14,1 naar 12,5 procent, bijna ter plaatse trappelen.

— Arbeidsvoorwaarden. Het is niet eenvoudig hier betrouwbare en vergelijkbare gegevens te vinden. In Nederland lijken de werkomstandigheden soms iets precairder te zijn, al is de deeltijdse arbeid er in hoge mate vrijwillig. Er is ook meer polarisatie tussen hoge en lage lonen.

— Omvang welvaartsstaat. Methodologische problemen bemoeilijken een vergelijking, maar volgens Eurostat besteden beide landen iets minder dan 30 procent van hun bbp aan publieke sociale uitgaven.

— Afhankelijkheid van uitkeringen. In Nederland is minder dan een vijfde van de bevolking op actieve leeftijd afhankelijk van uitkeringen, in België bijna een kwart. De afhankelijkheidsgraad lijkt in ons land ook amper te dalen.

— Minima. De Nederlandse minimumuitkeringen beschermen veel beter tegen armoede dan de Belgische. De keerzijde van de medaille is dat de Belgische een grotere prikkel vormen om werk te zoeken.

— Inkomensverdeling. Volgens de Ginicoëfficient is de inkomensongelijkheid in beide landen ongeveer even groot.

— Armoederisico. In Nederland bevindt slechts 10 procent van de bevolking zich onder de relatieve armoedelijn. Onze noorderburen zijn hier de besten van Europa. België scoorde tien jaar geleden zeker zo goed als Nederland, maar zit nu met 15 procent armen nog nipt onder het Europese gemiddelde. Vlaanderen zit wel bijna op het Nederlandse niveau.

Nederlands mirakel

Samengevat kunnen we stellen dat de NV België in iets meer dan tien jaar zwaar aan performantie heeft ingeboet. De deeltak Vlaanderen doet het beter, maar moet toch ook vaak de Nederlanders laten voorgaan.

De onderzoekers geven geen verklaring voor het ‘Nederlandse mirakel’. Maar men kan minstens de hypothese poneren dat een grotere politieke en sociale cohesie ook tot een efficiënter beleid heeft geleid.

Het bericht verschijnt vandaag op de website van het CSB. IB (Tijd, 28/11/08)

webh01.ua.ac.be

Wel een beetje vreemd dat ze bij het centrum van Barones Cantillon de Belgische welvaartsstaat vergelijken met uitgerekend de Nederlandse. Misschien kunnen ze België ook nog eens vergelijken met andere Noord Europese gereformeerde staten zoals Denemarken, Zweden en Noorwegen? Een vergelijking met andere katholieke europese lidstaten, er zijn er genoeg in centraal en Zuid Europa, zou misschien een eerlijker beeld opleveren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: