Sint Jezus van Rode

8 november, 2008

vanrompuy

“Er moet opnieuw een regering komen waar de Vlamingen het voor het zeggen hebben. Een ander beleid dat gebaseerd is op waarheid, algemeen belang, respect en de moed om de toekomst veilig te stellen. Mensen moeten opnieuw vertrouwen kunnen hebben in de overheid en de verantwoordelijken. Zeker in een tijd van grote onzekerheid door mondialisering, vergrijzing, opwarming, onveiligheid en vereenzaming.”

Een bikkelharde analyse die even brandend actueel is als onverbloemd. Straffe taal die men bovenal niet meteen zou verwachten uit de mond van de eerste burger van België.  Maar als het goed is zeggen we het ook… Aan het woord is Dhr Herman Van Rompuy, op de pagina van de CVP-website waar hij zich aan “de mensen” voorstelt.

Bovenstaande kan natuurlijk op een banaal misverstand berusten, of op het feit dat Dhr Van Rompuy nog niet heeft begrepen dat een website iets anders is dan een gedrukte verkiezingsbrochure. Daarover zou hij misschien nog één en ander kunnen leren van de kersverse president-elect van “God’s own country”.

Gevraagd om enige duiding bij de historische verkiezingsoverwinning van Obama, roemde Dhr Van Rompuy de uitslag woensdagavond op de openbare omroep als “een bewijs van de enorme veerkracht van de Amerikaanse democratie”.  En veerkracht, daar kent Dhr Van Rompuy, die zonder twijfel mag worden beschouwd als een icoon van de Belgische particratie van de afgelopen decennia, wel één en ander van.

Zoals van een economist met politieke ambities mag worden verwacht begon Van Rompuy zijn loopbaan op de studiedienst van de Nationale Bank waarna hij verder opklom in de partijhiërarchie via de kabinetten van Leo Tindemans en Gaston Geens. Tussen 1980 en 1988 was hij directeur van de studiedienst van de CVP maar enige bekendheid bij het kiespubliek verwierf hij pas wanneer hij in 1988 door de CVP naar voren werd geschoven als partijvoorzitter, een post die hij tot 1993 bekleedde. In die periode van 1980 tot 1993 was Van Rompuy een spilfiguur in de onderhandeling van vele regeringen (die toen soms nog vielen wanneer de cohesie tussen de coalitiepartners zoek was en daardoor van de minste daadkracht waren verstoken). In 1993 werd Van Rompuy eindelijk Minister van Begroting en vice-premier na het voorzitterschap van de partij in de bekwame handen van zijn opvolger Johan Van Hecke te hebben achtergelaten. Volksvertegenwoordiger is Van Rompuy, in de beste traditie van de CVP, op dat ogenblik nog niet geweest.

Maar in 1999 slaat het noodlot toe.  Aartsrivaal Guy Verhofstadt lekt in volle verkiezingscampagne een nota die hij in handen krijgt van André Destickere, een ambtenaar met liberale signatuur bij de Kortrijkse afdeling van het Instituut voor Veterinaire Keuring.  Het VRT journaal smeert het schandaal van met PCB’s besmet veevoeder breed uit, met als gevolg dat de kiezer in de aanloop naar de verkiezingen voor het eerst sinds de tweede wereldoorlog wordt geconfronteerd met lege winkelrekken waar kippen, zuivelproducten, koekjes en pralines preventief uit zijn weggehaald.  Jean-Luc Dehaene, een andere CVP’er die minster werd zonder aan een verkiezing deel te nemen en later eerste minister zonder ooit volksvertegenwoordiger te zijn geweest, verliest de verkiezingen en deelt in de media vrijwel onmiddellijk mee dat zijn partij in de oppositie moet gaan. Maar dan wel zonder hem want de man kondigt in één adem zijn vertrek uit de politiek aan om enkele lucratieve bestuurdersmandaten op te nemen in de Belgische bedrijfswereld (Electrabel, Inbev, Umicore, Lotus, Trombogenics, Sail Trust)

Van Rompuy, tot dan de gedoodverfde troonpretendent van Dehaene, blijft verweesd achter en ziet zich als tweeënvijftigjarige voor het eerst in zijn leven genoodzaakt om “het volk” te gaan vertegenwoordigen in de Kamer.  De partij vertegenwoordigen had hem tot dan toe geen windeieren gelegd maar zou de daaropvolgende jaren wellicht iets minder aanlokkelijk worden.

Tijdens de achtjarige periode dat zijn partij door de oppositiewoestijn trok, werd van Van Rompuy in de Kamer weinig vernomen, tenzij dan op de personeelsdienst die maandelijks zijn parlementaire wedde uitkeerde.  Volgens zijn Wikipedia-pagina “was hij tijdens beide regeringen Verhofstadt vooral in cyberspace aanwezig via zijn blog, waarop hij vele haiku’s publiceerde en waardoor hij naar eigen zeggen overleefde”.  Al zal die wedde daar ook wel iets mee te maken hebben, een mens leeft niet van haiku’s en cyberspace alleen.  Zelf zou hij zijn oppositiestijl wellicht als “verantwoordelijk” en “staatsdragend” omschrijven.  Hij houdt er in 2004 de titel van Minster van Staat aan over, op voordracht van niemand minder dan Guy Verhofstadt. Een mooie illustratie van het aloude adagium dat een machtspoliticus in de Belgische particratie zijn vijanden eerder in eigen partij dan daarbuiten moet vrezen.

Toen de cvp in 2007 terug kon aanschuiven aan de feesttafel van de macht verrees Van Rompuy als een ware Christusfiguur en stond voor hem het voorzitterschap van de Kamer en een limousine met chauffeur klaar. Partijgenoten die wel van zich hadden laten horen vanop de oppositiebanken werden opzijgeschoven.  Of, als ze dan toch “incountournable” bleken, nog voor ze hun ministerieel kabinet hadden betrokken, afgebrand door de verzamelde media (die niet waren vergeten hoe zij het verfrissende paarse feestgedruis met hun gefrustreerde oppositietaal hadden trachten te verzuren).

Het palmares dat Dhr Van Rompy de afgelopen decennia in de achterkamers van de Belgische machtspolitiek bij mekaar sprokkelde past volkomen in wat professor Wilfried Dewachter van de KUL omschrijft als “amechtige pogingen die op tragikomische wijze de belgicistische handhavingsreflex illustreren”.  Een reflex die van de Belgische staatsconstructie een sterfhuis heeft gemaakt waar conservatisme troef is en enige veerkracht zeer ver te zoeken.

Wie is er dan meer geschikt om met enig dédain een pluim te komen gooien naar de veerkrachtige doch veelal verguisde Amerikaanse democratie dan Dhr Herman Van Rompuy?
Niemand blijkbaar.  Althans volgens de medewerkers van Dhr Siegfried Bracke aan de Reyerslaan. De nieuwsdienst van de openbare omroep kan veel worden verweten, maar een gebrek aan een gezonde dosis sarcasme alvast niet.

Hoewel Van Rompuy door zichzelf en zijn medestanders veelal een intellectueel aura wordt toegedicht, is hij, naar eigen zeggen op hoger vermelde CVP-webpagina, ook Anderlecht supporter en houdt hij van wielrennen. Als díe informatie nog betrouwbaar is ten minste.  Misschien is hij ondertussen wel supporter van Standard en houdt hij nu meer van vinkenzetten.

Naast de occasionele haiku publiceerde Van Rompuy bij Davidsfonds en Lannoo veelbelovende titels als “Het Christendom.  Een moderne gedachte”, “De binnenkant op een kier. Avonden zonder politiek” en “Dagboek van een vijftiger”.

ps: bovenstaande foto kan bij Reuters tegen betaling van een gepaste vergoeding zonder watermerk worden verkregen.  Al kan ik moeilijk geloven dat ze bij Reuters veel foto’s hebben waarop dat watermerk meer van toepassing is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: